 |
|
Johann Olav Koss Viervoudig Olympisch Kampioen en president & CEO van Right To Play |
Johann Olav Koss, ooit een groot schaatser, is nu een weldoener van formaat.
door Femke van Wiggen
Dagblad De Pers
.jpg)
Het is nog geen acht uur ’s morgens en Johan Olav Koss ziet er belachelijk fit uit. Strak pak, nog strakker brilmontuur, heldere blik. Klaar voor de dag. Hij moet wel, want sinds hij directeur is van Right To Play zijn zijn dagen minstens zo gevuld als in zijn schaatsperiode. ‘Een vergadering hier, een vergadering in het hoofdkwartier in Toronto. The normal stuff, really. Ik heb geen tijd om ook maar aan iets anders te denken’, zegt de oud-topsporter laconiek. Hoe anders dan met hard werken kan hij zijn doel realiseren: als het aan Koss ligt, wordt Right To Play net zo groot en gerespecteerd als Unicef en het Rode Kruis.
‘Het zal mijn opvoeding wel zijn’, verklaart hij zijn tomeloze ambitie. ‘Mijn oma was altijd heel erg bezig met de verschillen in de wereld en mijn ouders waren arts. Ik dacht altijd dat ik in hun voetsporen zou treden.’ Hoewel Koss in 1999 afstudeert als arts, volgt zijn leven daarna een andere weg. Vijf maanden voor zijn legendarische Olympische Spelen in Lillehammer (1994), waar hij drie gouden plakken wint, vraagt Olympic Aid, een hulporganisatie die verbonden is aan het Internationaal Olympisch Comité, de schaatser een bezoek te brengen aan Eritrea. Koss gaat, wat zijn leven in een ander licht zet. Hij voelt daar direct wat hij moet doen, na zijn sportcarrière, na zijn medicijnenstudie: door sport de ontwikkeling
en gezondheid van jongeren in achtergestelde gebieden bevorderen.
Sinds zijn afstuderen bestaat zijn leven dan ook uit Right To Play, zegt hij zelf. Koss wordt directeur en verandert niet alleen de naam van Olympic Aid, maar ook het karakter. ‘De eerste zes jaar dat ik erbij betrokken was, zamelden we geld in tijdens de Olympische Spelen. Maar dat werd niet per se aan sport besteed.’ Dat moest anders, meende hij. ‘Ik vond en vind dat sport en spel essentieel zijn voor een kind. Leren spelen, daar heb je voor de rest van je leven iets aan. Het is een sociaal, fysiek en mentaal gebeuren. Als overheden hier meer in zouden investeren, zou je ook minder kinderen met obesitas hebben bijvoorbeeld. Anyway, er was nog geen hulporganisatie die op die manier achtergestelde kinderen hielp.’
Right To Play heeft op dit moment projecten lopen in 23 landen in Afrika, het Midden-Oosten en Azië, meest recent in China. De humanitaire organisatie werkt louter met lokale mensen en heeft kantoren in acht landen, waaronder in Nederland. ‘Right to Play is absoluut nietpolitiek en niet-raciaal. Het is voor iedereen overal.’ Hoewel... De organisatie leidt dan wel fors meer lokale vrijwilligers op dan drie jaar geleden (11.000 wereldwijd inmiddels) en bereikt meer landen, nog altijd moet Koss te veel verzoeken met ‘nee’ beantwoorden. ‘Ik zeg nee tegen regeringen, tegen bevolkingsgroepen, tegen de Verenigde Naties. Ik zou willen dat het anders was, maar je kunt niet overal heen. Je moet de capaciteit hebben, de mensen ter plekke kennen. Dat is iets waar we aan werken, we zijn ook gewoon een bedrijf. Ik geloof niet in verschil tussen een non-profit organisatie en een commercieel bedrijf. Je moet je markt kennen, je specialiteiten hebben, that’s it.’

Over zijn eigen rol in dat bedrijf is Koss duidelijk: ‘Ik heb deze organisatie gemaakt tot wat ze is, met dank aan de topsport.’ Jezelf doelen stellen, hard werken; hij kan zich niet voorstellen dat hij niet net zo lang volhoudt tot hij de beste is. ‘Opgeven ken ik niet, er is altijd een mogelijkheid. En als je die gevonden hebt, merk je dat het altijd beter kan.’ Dat op een gegeven moment zijn rol desalniettemin zal veranderen, acht hij zeer waarschijnlijk. ‘Op bepaald moment zal iemand anders het moeten doen, maar dat zal niet in de nabije toekomst zijn.’ Op dit moment in zijn leven kan al dat harde werken prima. ‘Ik heb geen gezin, dat scheelt. En als je zoveel van je werk houdt, heb je niet veel privéleven nodig’, zegt hij, als hij aanstalten maakt om weer een bespreking in te gaan. ‘Iedere dag zie ik dankbaarheid. Daar raak je niet aan gewend, dat is onmogelijk.’
Terug naar "Vrienden van"